17 maart 2019

Beeldenken

Beelddenken DIAGNOSTICEREN

bron:kind in beeld.

Individueel Onderwijskundig Onderzoek:

Didactisch onderzoek
Het op tijd signaleren van de denkvoorkeur van een kind bij leerproblemen is belangrijk. Het menselijk brein is tot rond het tiende levensjaar nog volop bezig om het talige vermogen te ontwikkelen. Met de juiste (visuele) begeleiding en het geven van inzicht in de eigen manier van denken, kan er nog veel veranderen en lukt het vaak wel.

Inhoud van het onderzoek:
1. Het onderzoek start met het wereldspel, een non-verbaal instrument waarmee de denkvoorkeur wordt vastgesteld.
2. Het pedagogisch/didactische onderzoek meet alle leeronderdelen en geeft zicht op de stagnaties bij o.a. lezen, rekenen, tekstbegrip, spelling.
3. Het geheugenonderzoek geeft de sterke en zwakke leeringangen aan.
4. De oog screening geeft aan of de beide ogen goed samenwerken.
5. De leerstijlen test geeft de beste manier van leren aan.
6. De non-verbale intelligentie test en het Wereldspel geven een indicatie van het cognitieve niveau.

Beelddenken:

Beelddenken hoort bij ons mensen. We worden immers allemaal met het beelddenken geboren. Een baby is volledig visueel ingesteld, zonder taal. Gaandeweg leren we de taal erbij, door te praten, te luisteren en toe te gaan passen. Op school vindt een groot deel van het talig leren denken plaats, dat start al in groep 1. Over het algemeen verloopt dit zonder grote problemen en zal het talige denken er steeds meer bij komen. Het visuele denken heeft op school over het algemeen minder aandacht.

Beelddenken wordt het visueel leersysteem genoemd in de wetenschap en is de oorspronkelijke manier van de mens om informatie te verwerven en te verwerken. Vanuit het geheel, associatief, zintuiglijk en met beeld.

Taaldenken (in de wetenschap verbaal leersysteem genoemd) is een aangeleerde manier van informatie verwerven en verwerken. Vanuit details, op volgorde en met woorden en begrippen.

Leren heeft geen context meer
In het Nederlandse onderwijs ligt het accent op de analyse, de details… het taaldenken. Ideeën worden opgedeeld in kleine stukjes die geen enkele relatie meer hebben met het geheel. Of zoals de Amerikaanse onderwijsonderzoeker Alfie Kohn het zegt: `We geven leerlingen een baksteen met informatie, dan geven we ze nóg een steen, en nóg een. Als ze afstuderen, gaan we ervan uit dat ze een huis hebben. Wat ze in werkelijkheid hebben is een stapel bakstenen waar ze niets mee kunnen.`

Neuropsychologie
Jelle Jolles (professor neuropsychology e.m.): `Vanuit de neuropsychologische wetenschap wordt benadrukt dat je beelddenken moet zien als een strategie. De meeste mensen/jongeren kunnen dat leren, c.q. kunnen er beter in worden. Er zijn kinderen die om wat voor reden ook erg goed zijn in beelddenken en/of het als een voorkeursstrategie hanteren. Omwille van een brede ontplooiing is het goed dat kinderen die vrijwel uitsluitend of heel erg veel de ‘beelddenken’ strategie hanteren ook wordt geleerd om andere strategieën te gebruiken. Andersom geldt het ook: er zijn jongeren die bij voorkeur een talige of een handelingsstrategie (of andere) hanteren. Voor hen zou het heel goed zijn om meer te leren visualiseren.`

Visueel leren
Kinderen die moeite hebben om het talige denken op te pikken (door b.v. dyslexie, concentratieproblemen, een lage of juist te hoge cognitie, of een sterk persoonlijke voorkeur voor het visuele denken) kunnen het moeilijk krijgen op school. Vooral bij het lezen, spellen, rekenen, automatiseren en organiseren/plannen. Niet omdat de lesstof te moeilijk is, maar omdat de talige, procedurele manier van lesgeven en toetsen niet aansluit bij hun visuele manier van denken. Ook mensen met een grote visuele voorkeur (zoals hoogbegaafden), hebben vaak moeite om over te schakelen naar het talige denken. Er komt dan niet uit wat erin zit. Dat levert frustratie op. En dat leidt vaak weer tot faalangst, gedrags- en/of motivatieproblemen.

Kenmerken van beelddenken volgens Stichting Beelddenken Nederland
Aan onderstaand overzicht heeft een aantal deskundigen op het gebied van beelddenken bijgedragen. Links staan de primaire kenmerken, rechts de bijbehorende waarneembare (belemmerende) kenmerken.

PrimairWaarneembaar/belemmerend
Intuïtie en emotie zijn geïntegreerd; voor volwassenen geldt dat zij bij uitdagingen blijk geven van een helikopterblik en denken in oplossingen.Moeite met het onthouden van losse feiten/woordjes.
Opvallend associëren: het ene beeld roept het andere op; er is sprake van incomplete beelden en het invullen van gaten.Ongebreideld associëren kan warrig overkomen.
Onmiddellijke betrokkenheid: betrekt alles op zichzelf; heeft een diep vertrouwen in eigen kennis en waarneming, omdat de buitenwereld hem bij voortduring teleurstelt.Heeft de neiging vast te houden aan de eigen zienswijze/strategie.
Gevoel van tijdloosheid; geen besef van opeenvolging van tijd.Heeft moeite met plannen; heeft geen besef van tijdsduur bij het uitvoeren van taken.
Beeld-woordkoppeling is niet vanzelfsprekend.Geen woordherkenning; veel radend lezen; geen zicht op opbouw en structuur van woorden.

Hoe herken ik het?

Al in groep 3 en 4 valt op dat een kind moeite heeft met bepaalde facetten van het leren. Bekend is het niet kunnen automatiseren van de letters/klanken en de sommen tot 20. Wat ook opvalt is de zwakke fonologie (het luisteren naar klanken/woorden) en het radende lezen (te snel aannemen wat er staat). Ook kunnen beelddenkers eigen-wijze (slimme, onopvallende) strategieën gebruiken, waardoor het lijkt of het goed gaat.
.
Vooral slimme/hoogbegaafde kinderen kunnen zo ver komen, zonder dat het opvalt. Ze automatiseren b.v. de tafels niet; ze tellen gewoon snel. Uiteindelijk lopen kinderen dan toch vast. Het is dan zaak om terug te gaan naar de basis en ze bewust te maken van hun visuele manier van denken.

Kinderen die een grote voorkeur hebben voor het visuele denken (beelddenken) hebben het vaak moeilijk op school. Het leren gaat moeizaam en er ontstaan specifieke (leer)problemen op het gebied van automatiseren, lezen, spelling en plannen. Vaak geen onwil, maar onmacht. Het visuele leersysteem van deze kinderen sluit niet aan bij de talige manier van lesgeven op school.